Matching is een kunst, géén wetenschap!

Hoe doe je dat, een uithuisgeplaatst kind plaatsen in een pleeggezin?

Als je het aan mij zou vragen als ervaringsdeskundige dan zeg ik het volgende:

“Als een kind écht écht niet meer thuis kan wonen dan is het voor mij logisch dat allereerst goed bekeken wordt of de eigen familie het kind kan opvangen met alle benodigde steun die daarbij nodig is. Lukt dat niet dan zou het kind bij de familie of bij een tijdelijk gezin (liefst een bekende van het kind natuurlijk) kunnen logeren totdat een permanent gezin is gevonden.

Maar hoe vind je een permanent gezin, die een stevig fundament kan bieden voor het kind die ondertussen een onveilige hechting heeft opgelopen en dus wel wat extra liefde kan gebruiken, die vooral dus ook blijvend is? En niet ophoudt wanneer het kind een keer van huis wegloopt, een woede uitbarsting krijgt, ineens heel stil wordt, iets steelt of graffiti spuit, omdat het kind simpelweg zal uittesten of hij of zij wel écht mag blijven!

Om zo’n familie te vinden die hiervoor openstaat lijkt het mij normaal dat, er net als in het opbouwen van een vriendschap, de pleegouders en het pleegkind een keer iets leuks met elkaar gaan doen, zodat beiden partijen kunnen aanvoelen of dat ze zich prettig voelen bij elkaar. Zo ja, dan vind ik het vrij logisch dat er tenminste nog 4x dus 5x in totaal activiteiten met elkaar worden ondernomen. En 5x vind ik nog weinig. Maar in ieder geval is 5x samen activiteiten ondernemen al heel wat beter dan 1x kennis maken, wanneer het eigenlijk al een soort van is besloten dat je daar gaat wonen. Zo ging het bij mij althans een paar keer.

Zie het als het opbouwen van een vriendschapsrelatie. Die is er ook niet meteen. Die bouw je op en daar is constant initiatief in nodig om er het beste uit te halen. Die ontstaat door het samen ondernemen van activiteiten, simpel tijd met elkaar te spenderen, wederzijdse interactie, grenzen, een lach en een traan en liefdevolle aandacht en support.”

16 april 2015 is er een Symposium georganiseerd door Kinderpostzegels waar verschillende professionals uit het werkveld van de pleegzorg bij elkaar kwamen om te luisteren, te leren en elkaars ervaringen uit te delen betreffende het onderwerp matching tussen pleegkind en pleegouders. Een fantastisch initiatief!

Er werd geopend door Vincent Ramon, president van APFEL, het Europese netwerk voor de promotie van pleegzorg in Europa. Ook Odilia van Manen, projectleider pleegzorgprogramma bij Stichting Kinderpostzegels Nederland gaf haar openingswoord.

De hele dag door waren er verschillende sprekers. Ik zal ze even kort oplepelen:

  • Professor Hans Grietens: Onderzoekt de beleving van pleegzorg door de ogen van alumni pleegkinderen.
  • PhD student Kirti Zeijlmans: Onderzoekt matching tussen pleegkind en pleegouders.
  • Paul Adams, consultant pleegzorgontwikkeling: Adviseert en ondersteunt betrokken partijen bij het realiseren van een plaatsing van een kind in een pleeggezin.
  • Cristina Achúcarro: Zij heeft het Lauka centrum in Spanje geopend. Ze heeft mede het pleegzorg support programma in haar regio opgezet die zeer succesvol is. Ze toonde extreem goede cijfers betreft het plaatsen en matchen van pleegkinderen. Er wordt uitgebreid aan assessment en frequente begeleiding gedaan. Bij haar is overduidelijk dat die intense zorg en aandacht de vruchten afwerpt.
  • Professor Johan Vanderfaeilie: Onderzoekt verschillende aspecten in de pleegzorg, zo ook de aantallen pleeggezinnen die weer uit elkaar gehaald worden.
  • Orthopedagoog en familie therapeut, Skrallan de Maeyer: Ook zij onderzoekt het matchen in de pleegzorg.
  • Onderzoeker en adviseur Mariska de Baat: Zij vertelde over waar zij mee bezig is, namelijk het ontwikkelen van een handboek voor het matchen van pleegkind en pleegouders die gebruikt kunnen worden door maatschappelijk werkers.
  • Jennifer Cousins, maatschappelijk werker met 40 jaar ervaring in ondersteuning voor kinderen. Zij kwam op mij over als een ware activist, die het opnam voor kinderen. In dit geval kinderen met een beperking. Laat we niet kijken naar wat iemand niet heeft, maar naar wat iemand wél heeft. Zij krijgt het voor elkaar dat ook kinderen met een beperking 2x zoveel worden opgenomen in pleeggezinnen. Met succes. En dat doordat ze het “recept” onvoorwaardelijke liefde op de kaart zet. (Voor mij is zij een voorbeeld waar menig onderzoeker nog iets van kan leren, want zij is de één van de weinige van dit symposium die over liefde sprak.)
  • Gedragsdeskundige Simon van Oijen: Vertelde ook over een onderzoek over matching, waarbij hij alleen zichtbare factoren had gebruikt, als huis, mogelijke aantal pleeggezinleden. De belevingswereld van de doelgroep, oftewel een gegrond kwalitatief onderzoek is nog totaal niet aan de orde geweest.

Na zijn presentatie hier nog een leuk gesprek met hem over gevoerd en hem dus ook de vraag gesteld hoe hij nou toch kan zeggen met dit onderzoek dat een match geslaagd is. Want hoe kun je dat nou toch weten als je de pleegkinderen, pleegouders en biologische familie dat helemaal niet hebt gevraagd?

Goed bedoeld natuurlijk, zo’n onderzoek, maar als je het mij vraagt onbruikbare informatie. We willen details van de doelgroep zelf. Wat is hun belevingswereld? Want zij leven er midden in. Alleen zij kunnen vertellen of ze tevreden zijn of dat ze hun situatie graag anders zouden willen met de mogelijkheden die er zijn.

Warempel! Alleen 2 ervaringsdeskundigen, oftewel jongeren die zelf in de pleegzorg hebben gewoond, aanwezig, plus 2 professionals die zelf ook in de pleegzorg zijn opgegroeid. Dit aantal kan en mag veel meer. Niet alleen op dit evenement, maar al eerder maakte ik mee op een IFCO-conferentie dat professionals en doelgroep waar het om gaat, in dit geval de pleegkinderen, pleegouders en biologische familie, niet met elkaar mixen om met elkaar tot een beste oplossing te komen. Nee, de professionals gaan met elkaar zitten bakkeleien met allerlei mooie statistische modellen, cijfers en onderzoeken, die uiteraard echt wel belangrijk zijn, maar tegelijkertijd wordt de essentie van alles uit het oog verloren.

De kern. Het kind!

En dat werd mooi duidelijk toen ik tijdens de lunch aan tafel zat met een aantal professionals waar ik mezelf maar tussen had gezet, aangezien ik m’n beste beentje voor wilde zetten wat betreft het uit je comfortzone stappen en netwerken maar.

SKETCH 1:

Een ex-pleegkind gaat aan tafel zitten tussen de professionals uit het pleegzorgwerkveld. De mensen aan tafel praten niet met elkaar en zitten maar een beetje om zich heen te turen. Het ex-pleegkind stelt de vraag wat voor werk de vrouw tegenover haar doet. Een gesprekje wordt op gang gezet. Al snel wordt de vraag aan het ex-pleegkind gesteld, waarop het gesprek zich eventjes voortzet in een uitleg hoe matching en herplaatsing bij het ex-pleegkind eraan toe gingen. Direct wordt de discussie overgenomen door de 4 mensen die naast het ex-pleegkind en de vrouw tegenover haar zitten.

Vervolgens zegt de vrouw tegen het ex-pleegkind met een knipoog: ,,Nou, je hebt wel de discussie opgegooid!” Waarop het ex-pleegkind met een bewuste lach antwoord: ,,Ja, en ik word ook gelijk weer buiten gesloten. Lekker typerend voor hoe het dus in de pleegzorg eraan toe gaat. De professionals praten maar al te graag met elkaar over hoe het zou moeten en ooh aah, oooh aah, wat erg allemaal, maar vergeten weer terug te gaan naar de essentie: Mij, het ex-pleegkind.”

Wie kent de film Entouchable?

Een kind heeft net zo’n begeleider nodig. Een mens die mens blijft. Niet een persoon die zijn functie sociaal wenselijk volgens het boekje gaat zitten doen. We hebben nog altijd met mensen te maken. Niet met kasten die geteld moeten worden.

Het lijkt wel iets van de Westerse maatschappij dat we continue bezig zijn met hetzelfde weer opnieuw te ontdekken. Er zijn al zo ongelooflijk veel wijsheden en kennis ter beschikking in tal van boeken, die geschreven zijn door toonaangevende onderzoekers die hun werk hebben verricht met kinderen met traumatische ervaringen als onveilige hechting.

Nee, er is misschien niet exáct op een bepaald onderwerp al eerder een onderzoek gedaan. Maar dat blijf ik persoonlijk toch iets scheefs vinden. We willen alles exáct nauwkeurig meten, maar vergeten daardoor dat we gewoon mens zijn en dat we allemaal een hart in ons lichaam hebben zitten, die ons verwarmd met liefde en ons stuurt met ons instinct. Die hebben we niet voor niets. En die wordt in de pleegzorg nog te vaak vergeten of genegeerd. En dat mag best eens veranderen, want zoals spreker Jennifer Cousins uit de UK tijdens het Symposium heel mooi zei:

“Matching is een kunst, géén wetenschap!”

Ik begrijp heel goed dat we bepaalde richtlijnen mogen inzetten om de kennis natuurlijk over te kunnen dragen en iets te kunnen leren. Dat is absoluut goed, maar voor mijn gevoel (En zo ook van die van Paul Adams, consultant pleegzorgontwikkeling en ook maatschappelijk werker en zelf pleegouder en nu adoptieouder uit de UK met wie ik daarover sprak) wordt er veel te veel nu op academische wijze met mensen omgegaan, terwijl compleet vergeten lijkt te worden dat er ook simpel liefde een aandacht en zorg nodig is. En dat wordt nogal eens vergeten. Vooral observatie, modellen, rapporten en vergaderingen lijken alle plek in te nemen van datgene waar het daadwerkelijk om gaat: Het menswaardig begeleiden van pleegouders, biologische ouders en nummer 1: Het pleegkind zelf!

Dat werd ook nog eens heel mooi duidelijk in de zaal door het volgende:

SKETCH 2:

Een van de onderzoekers ging ongelooflijk statisch haar kwantitatieve onderzoek vertellen, met allerlei onderzoekstermen. Het ging nauwelijks over matching en de pleegkinderen. Die werden enkel als definitie herhaald. Het hadden hier dus net zo goed kasten en kleerhangers kunnen zijn. Het was ongelooflijk merkbaar dat de zaal onrustig werd, het niet kon volgen waar ze het over had en met een scheef oog begon te kijken naar haar onderzoekstaal.

Mijn interpretatie: Ten eerste vrij respectloos van de zaal dat ze zo gingen zuchten en pontificaal gingen fluisteren en onderuit hangen. Ik vond deze presentatie een ongelooflijk mooie uitvergroting van deze dag. Iedereen daar zit zo ongelooflijk in zijn hoofd om maar de factoren van de mislukte matches tussen pleegkind en pleegouders te onderzoeken. Maar nauwelijks is er nog écht kwalitatief onderzoek gedaan naar de belevingswereld van (ex-)pleegkinderen, de pleegouders en de biologische familie. HOE KUN JE DAN WETEN OF EEN MATCH GESLAAGD IS OF NIET?

Ik moest er wel om lachen, maar tegelijkertijd maakte het mij ongelooflijk kwaad de onderzoekers en andere professionals zo te zien zitten kniezen en nadenken, terwijl het simpelweg gewoon niet in ze op lijkt te komen dat ze naar de bron moeten gaan. Oftewel: De doelgroep zelf zou eens gevraagd mogen worden wat ZIJ ervan vinden en HOE zij het anders zouden willen eventueel. De gevoelens van de doelgroep lijken gewoon nog totaal niet op de kaart te staan. Laat staan dat áls ze geuit worden daar een open ruimte voor is, om vervolgens als professional daar vorm aan te gieten waar iedereen in de doelgroep een goed gevoel over kan hebben, met ook hier weer het kind als belangrijkste pilaar. In plaats van de professional, die alles bedenkt vanuit zijn theoretische scholing en werkervaring.

Ieder mens is uniek. Ieder mens verdient maatwerk met bezieling; met een hart.

Laten we dit MET elkaar oplossen. In plaats van dat ver afstaande onderzoekers dingen gaan zitten bedenken terwijl ze de belevingswereld van de doelgroep niet kennen. Dat is niet erg, maar de oplossing is daarvoor toch echt: VRAAG HET ONS. =)

PS: Iedere deelnemer van het symposium heeft een certificaat ontvangen, waarvoor hij 1 punt kan ontvangen. Dit is belangrijk wanneer je bijvoorbeeld als maatschappelijk werker aan de slag wilt.

Op zich goed, maar persoonlijk vind ik dat iedere deelnemer pas dit punt verdient heeft wanneer hij bij ieder onderzoek, iedere kind waarvoor hij maatschappelijk werk verleent, naar het kind, de pleegouders en de biologische ouders zelf grondig een band kan opbouwen, de vraag achter de vraag onderzoekt en daarmee dus ECHT zou kunnen achterhalen hoe we een match kunnen behouden in plaats van dat het nu zo vaak stuk loopt. Tja, hoe zou dat nou toch komen?

~Madeleine van Veen

Download de bijlage:
Samenvatting oplossingen voor geslaagde matches, oftewel een blijvend warm nest waar een pleegkind mag blijven en opgroeien tot een volwaardig mens.