Kinderen in gezinnen in plaats van in instellingen

“Het pleegkind is het centrum van alles waar het om gaat, niet een aanhangsel van het pleegzorgsysteem!”

Per 2015 is er een wet aangenomen die het volgende zegt: Alleen bij hoge uitzondering kunnen kinderen die niet meer thuis kunnen wonen in een instelling terecht komen. Prioriteit zal altijd zijn dat een kind in een warm nest, oftewel een gezin geplaatst kan worden.

Het ministerie wil graag weten hoe dat zich nu in de praktijk uit. Vandaag praatte ik samen met Maartje Gardeniers van de NVP en Laura. Van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport over de inhuisplaatsing van pleegkinderen.

Al snel werd duidelijk dat er zo ongelooflijk veel beter zou kunnen. Onderwerpen als matching van pleegkind en pleegouders kwamen naar voren en opvallend vooral ook het woord van de pleegouders en biologische ouders ook.

Het werd duidelijk dat blijkbaar in de praktijk te snel door de maatschappelijk werkers wordt bevonden dat pleegouders het niet aan zouden kunnen voor het kind te zorgen en te snel zouden beslissen dat het kind maar beter weer ergens anders kan gaan wonen.

Totaal niet bewust van het feit dat het kind WEER opnieuw afscheid moet nemen. WEER opnieuw moet wennen op een nieuwe plek. De kans op emotionele afsluiting met allerlei extreme introverte als extraverte gedragsuitingen van dien. Simpel vanwege zelfbescherming voor de pijnen die het kind WEER moet ondergaan.

Vanuit mijn ervaring en die van Maartje lijkt het erop dat er te vaak niet geluisterd wordt naar de woorden van de pleegouders zelf, die vaak zo ongelooflijk veel over hebben voor het kind. Een vaste bodem, een vast fundament is zo belangrijk voor het opgroeien van een fysiek en mentaal sterk persoon. Het constant wisselen van gezinnen, omdat de professionele ondersteuning daar nog te vaak een juiste beslissing in ziet, is volgens ons iets waar een open boek voor nodig is.

Nog te vaak worden kinderen van hot naar her verhuisd. Met alle gevolgen van dien. Een zelfvertrouwen van 0, een laag zelfbeeld, problemen met emotionele uiting, aantrekken / afstoten, niet weten hoe liefde te ontvangen of te geven en door al dit soort dingen dus een ongelooflijke leegte in het leven te kunnen ervaren en een ongelooflijke uitdaging hebben in het opbouwen van een gewoon stabiel leven, omdat zoveel factoren het leven zo ongelooflijk wankel hebben gemaakt. En dat alles door het constant breken van vertrouwen in de mensen om het pleegkind heen, die simpelweg te vaak wisselen.

Laura, die dit onderzoek doet, verzamelt ook nog allerlei gegevens van instellingen als NJP, Kinderpostzegels, Leefgroepen, etc.

Zij doet dit voor haar traineeship. Hoewel ik het persoonlijk oprecht hartverwarmend vond hoe een persoon, die totaal niet thuis is in de pleegzorg, zo ongelooflijk open de informatie kon ontvangen. Ze kon helaas niet aangeven wat er mee gedaan gaat worden. Ik zeg: “Deze waardevolle informatie die door haar namens het VWS wordt ingezameld is enkel een fantastisch beginsel waar wie weet JongWijs of welke betrokken pleegzorg instantie dan ook op voort kan borduren, oftewel deze informatie kan omtoveren tot betere inhuisplaatsingen!”

Wat zijn “betere” inhuisplaatsingen dan hoor ik je denken. Toch? Betere inhuisplaatsingen houden volgens ons in dat een kind aan 1 warm nest voldoende heeft. En dat er alles aan gedaan wordt om dit pleeggezin te ondersteunen, zodat het kind kan blijven. Plus dat er ook alles aan gedaan wordt om te kijken of het kind bij de biologische ouders terug kan, indien gewenst, met alle ondersteuning die daarbij nodig is.

Het wordt volgens ons ongelooflijk onderschat wat een ongelooflijke zware taak het pleegouderschap is. Daar mag best extra hulp voor aangeboden worden. Het zij met het uitzoeken van al het papierwerk, tot aan het zo fijn mogelijk contact onderhouden met de biologische familie tot aan extra oppassers om de pleegouders even te ontzien van hun pleegouderschap. Die moeten namelijk af en toe ook écht even op adem komen. Daarnaast zou er veel meer “open boek” begeleiding mogen zijn naar het pleegkind zelf, want die is uiteindelijk het centrum van alles waar het om gaat, niet een aanhangsel van het pleegzorgsysteem!”

Deze middag hebben we vooral dus ook over “VERplaatsingen” gepraat. We zouden de statistieken erbij moeten pakken plus de betrokken mensen van kindertehuizen, om daadwerkelijk te achterhalen of dankzij deze wet nu minder kinderen in instellingen terecht komen. Daar ligt dus nog een mooie taak voor Laura, trainee bij het ministerie van VWS, als zeg ik het zelf.

Madeleine van Veen

Ervaringsdeskundige pleegzorg en mede-oprichter JongWijs